The Feminist Club Responds (Dutch)

Recent stond in de NRC een opiniestuk van Colin van Heezik (lees hier via Blendle, €0,29) over de zogenaamde condition masculine. (Hetero) Mannen hebben nu eenmaal oerdriften die zij niet kunnen beheersen, stelde van Heezik. Een aantal van onze leden hebben een reactie geschreven op dit artikel.

Seksualiteit moet gedeeld goed zijn
Praten over seks: tot op welke hoogte moet het kunnen? Wanneer is iets kleedkamerpraat of corporaal gebral en wanneer wordt het goedpraten van verkrachtingscultuur? Noor Spanjer roept mannen (terecht) op om elkaar scherp te houden. Om niet schaapachtig mee te grinniken als je na de voetbalwedstrijd even uitgelegd krijgt hoe je een meisje met haar kut om je kanon legt.  Logisch toch? Niet voor Colin van Heezik. Voor van Heezik is de “werkelijkheid complexer.” Wij leggen hem graag uit waarom de werkelijkheid van seksueel geweld tegen vrouwen en het seksistisch taalgebruik dat daaraan verbonden is eigenlijk helemaal niet zo complex is.

We gaan uit van van Heezik’s goede bedoelingen. Ondanks zijn zorgen om de seksuele macht van de vrouw, zijn we ervan overtuigd dat hij niet zou goedkeuren als een man een vrouw bij haar poesje grijpt, ‘gewoon omdat het kan’. Het is het verschil tussen de begrippen seksualiteit en seksisme dat van Heezik niet helder lijkt te hebben.

Het artikel begint met een definitie van seksisme. Seksisme = discriminatie, aldus van Heezik. Daar gaat hij ons inziens direct al de fout in, en maakt hij zelfs gebruik van de klassieke drogredenering van ‘reverse sexism’. Discriminatie van vrouwen is een gevolg van seksisme, maar seksisme is méér dan dat. Het omvat een werkelijkheid van structurele onderdrukking, machtsrelaties en uitsluiting gebaseerd op sekse of gender.

Deze misconceptie van seksisme is het beste te zien als van Heezik het heeft over de vrouw op de werkvloer. Mannen moeten volgens hem over de lichamen van vrouwen kunnen praten zolang vrouwen maar gelijk behandeld worden. De werkelijkheid is echter dat vrouwen niet gelijk behandeld worden en dat topposities in de meeste kantoren bekleed worden door mannen. In die context krijgt een opmerking als ‘lekker kontje’ een compleet andere betekenis. Het is door deze ongelijke machtsrelaties dat een man die wordt nagekeken als hij het kantoor van LINDA binnenloopt wel onbeleefd, maar niet seksistisch behandeld wordt.

Van Heezik heeft niet alleen beperkt zicht op de betekenis van seksisme, maar ook beperkte en beperkende ideeën over mannen en menselijke seksualiteit. Mannen worden in zijn ogen voortgedreven door oerdriften die ze amper kunnen kanaliseren (want wat als er toch geen porno of prostitutie was? waar moet al dat mannelijk zaad dan heen?) terwijl vrouwen zich in de handen mogen wrijven dat de moderne man inmiddels geleerd heeft niet meer constant zijn penis achterna te lopen. Ook seks wordt neergezet als iets dat de man, al dan niet ongevraagd, uitdeelt. Vrouwen zijn slechts de ‘ontvangers’ van seks, terwijl mannen moeten leren zich niet overal op te dringen.

Bijna nóg problematischer is hoe van Heezik zich een uitwisseling van ervaringen van de man en de vrouw voorstelt. Mannen moeten onthouden dat de vrouw toch echt een volwaardig wezen is (al mag hij haar gerust reduceren tot haar lichaam, zo is hij immers ‘geprogrammeerd’) en vrouwen moeten begrijpen dat elke hetero man met haar naar bed wil en dat het heel moeilijk voor hem is zichzelf in de hand te houden (la condition masculine). De opmerkingen die mannen daarom naar haar maken moet ze maar sportief opvatten en stilzwijgend toestaan – zolang hij er niets mee doet tenminste. Die opmerkingen hebben mannen namelijk nodig om “om te gaan met de seksuele macht die vrouwen over hen hebben”.

Dit goedpraten van een taalgebruik en een cultuur waar seksueel geweld uit voortkomt is gevaarlijk. In Nederland heeft 40% van de vrouwen ooit fysieke seksuele grensoverschrijdend gedrag meegemaakt tegenover 13% van de mannen. Dit is geen indicatie van gezonde seksuele communicatie tussen mannen en vrouwen. Het is een indicatie dat seksueel geweld een groot probleem is waar mannen op moeten reflecteren ook als ze er zelf geen slachtoffer of dader van zijn (geweest).

Gezonde seksuele communicatie tussen mannen en vrouwen is mogelijk zonder dat we terugvallen op “laffe berichtjes” op dating apps maar ook zonder het bestaan van een hiërarchische rolverdeling in seks. Ja, zaken van seksisme en seksualiteit moeten we van elkaar proberen te scheiden. Precies daarom mag seksualiteit niet meer in seksistische termen geformuleerd worden. Seksualiteit is gedeeld goed tussen mannen en vrouwen. Mannen hebben daar niet meer aanspraak op dan vrouwen. Kleedkamerpraat, corporaal gebral, oerdriften: het zijn allemaal woorden waarmee mannen die toe-eigening van seks en seksueel agressief taalgebruik goedpraten. Zonder het te weten of te willen zijn veel mannen toch deel van het probleem. Nogmaals de oproep van Noor Spanjer aan Colin van Heezik: #doehetniet.

Lucia van der Meulen
Emke de Vries
Bernadette Raymakers
The Feminist Club Amsterdam